Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. slim
    snel van gedachten, van begrip of daarvan blijk geven
    "iemand te slim af zijn"
    Synoniemen: bekeken, clever, gis, kien, pienter, snugger, bijtend, doordringend, fel, guur, schel, scherp, schril, snerpend
  2. slim
    intelligent, snel van begrip
    "Anneke is zestien, knap, populair en een van de slimste meisjes van de klas."

Voorbeeldzinnen

  1. Hij is slim.
  2. Ik ben slim.
  3. Die jongen is erg slim.
  4. Ze negeerde hem, wat niet slim bleek.
  5. Een man met de naam Slim is bij dat ongeval gedood.
  6. Het was een waar genoegen de avond met een slim, grappig en mooi meisje als jou door te brengen.
  7. Hij leerde zo snel Chinees, iedereen zegt dat hij zeer slim is, dat hij echt een taalknobbel heeft.
  8. Zowel het SLIM-proces als het daaropvolgende diepgaande overleg hebben de noodzaak aangetoond om het bij Richtlijn 89/336/EEG vastgestelde kader aan te vullen, te versterken en te verduidelijken.
  9. Richtlijn 89/336/EEG van de Raad van 3 mei 1989 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake elektromagnetische compatibiliteit [3] is getoetst in het kader van het initiatief voor eenvoudiger regelgeving voor de interne markt (SLIM).
  10. Dvd+/-r’s worden in verschillende typen verpakkingen in de handel gebracht: de zogenaamde „slim jewel cases” met 1 dvd+/-r, de zogenaamde „cake boxes” met 10 tot 100 dvd+/-r’s, de zogenaamde „shrink-wrapped spindles” (spindels in krimpfolie) met 10 tot 100 dvd+/-r’s, en enveloppen met dvd+/-r’s verpakt in cellofaan, kartonnen dozen, enz.