Betekenis

Werkwoord

  1. slieren
    aan de zwier zijn; inspannend lopen; in een sliert gaan; op stap gaan
    "over het ijs slieren"
    Synoniemen: boemelen, dweilen, pierewaaien, pintelieren, rinkelrooien, sjouwen, slijpen, wallebakken, stappen

Verwijzingen

Werkwoord

  1. slieren is een vervoeging van afslieren