Betekenis

Werkwoord

  1. sjouwen
    met moeite dragen; meedragen
    Synoniemen: torsen, zeulen
  2. sjouwen
    aan de zwier zijn; inspannend lopen; in een sliert gaan; op stap gaan
    "door de duinen sjouwen"
    Synoniemen: boemelen, dweilen, pierewaaien, pintelieren, rinkelrooien, slieren, slijpen, wallebakken, stappen
  3. sjouwen
    zwaar werk verrichten
  4. sjouwen
    lopen met een zware lading
    "Hij liep met zakken aardappelen te sjouwen."

Verwijzingen

Werkwoord

  1. sjouwen is een vervoeging van aansjouwen
  2. sjouwen is een vervoeging van afsjouwen
  3. sjouwen is een vervoeging van insjouwen
  4. sjouwen is een vervoeging van meesjouwen
  5. sjouwen is een vervoeging van opsjouwen
  6. sjouwen is een vervoeging van rondsjouwen