Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. serieus
    gemeend; serieus
    "een serieuze aangelegenheid/kandidaat"
    Synoniemen: ernstig
  2. serieus
    ernstig.
    "Dat is een serieuze zaak!"

Voorbeeldzinnen

  1. Mijn vriendje lijkt serieus te zijn.
  2. Tom nam Mary niet al te serieus.
  3. Dronken rijden is een serieus probleem.
  4. Tom neemt zijn baan niet erg serieus.
  5. Ik meen het serieus
  6. Neem me niet te serieus. Ik schertste zomaar wat.
  7. Ik moet een serieus gesprek hebben met Nikolai Aleksejevitsj.
  8. Het is nooit gemakkelijk te bepalen of hij al dan niet serieus is.
  9. Maar even serieus, om aflevering 21 moest ik zowat huilen van het lachen.
  10. De onderneming kwam dus door haar schuldpositie voor een serieus financieringsprobleem te staan.