Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. schilderij (de/het ~ | meervoud schilderijen)
    geschilderd kunstwerk; schilderstuk
    "een schilderij maken"
    Synoniemen: doek, schilderstuk
  2. schilderij
    een met verf op doek of andere achtergrond gemaakte afbeelding
    "De schilderijen van Rubens en Rembrandt zijn wereldberoemd."

Voorbeeldzinnen

  1. Hoe oud is deze schilderij?
  2. Weet je wie dit schilderij heeft geschilderd?
  3. Ik weet niet wie dit schilderij heeft geschilderd.
  4. Ik dacht na over de betekenis van zijn schilderij.
  5. Vind je de lijst van dit schilderij mooi?
  6. Het schilderij is het werk van een Nederlandse meester.