Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. scherp
    gemeen; kruisend
    Synoniemen: striemend, venijnig, vlijmend, snijdend
  2. scherp
    vervuld van een krachtig en volhardend streven om een doel te bereiken
    Synoniemen: energiek, geestkrachtig, pittig, veerkrachtig, bijtend, doordringend, fel, guur, schel, schril, snerpend
  3. scherp
    een diepe indruk achterlatend; dringend
    Synoniemen: indringend, klemmend, bijtend, doordringend, fel, guur, schel, schril, snerpend
  4. scherp
    degelijk; grondig; diepgaand; goed doordacht
    Synoniemen: grondig, diepgaand, diepgravend, gedegen, bijtend, doordringend, fel, guur, schel, schril, snerpend
  5. scherp
    ad rem; paraat
    Synoniemen: gevat, ad rem, slagvaardig, bijtend, doordringend, fel, guur, schel, schril, snerpend
  6. scherp
    pittig
    Synoniemen: kittig, bijtend, doordringend, fel, guur, schel, schril, snerpend
  7. scherp
    getuigend van diep nadenken
    Synoniemen: diepzinnig, bijtend, doordringend, fel, guur, schel, schril, snerpend
  8. scherp
    met dorst
    Synoniemen: dorstig, bijtend, doordringend, fel, guur, schel, schril, snerpend
  9. scherp
    oplettend; bijdehand; met vuur bewerken van iets; zich gespannen toeleggend op
    Synoniemen: alert, kien, vinnig, gebrand, gespitst, bijtend, doordringend, fel, guur, schel, schril, snerpend
  10. scherp
    (van munitie)
    "scherpe munitie/patronen"
  11. scherp
    schrander; helder van geest; pienter; snedig; snel van geest; scherpzinnig
    "een scherpe opmerking/analyse"
    Synoniemen: scherpzinnig, lucide, schrander, spitsvondig, spits
  12. scherp
    ver binnengaand in
    "Dat scherpe geluid doet pijn aan mijn oren"
    Synoniemen: snerpend, doordringend, penetrant
  13. scherp
    van zintuigen; precies
    "een scherpe blik"
    Synoniemen: nauwkeurig
  14. scherp
    duidelijk zichtbaar, hoorbaar
    "een scherp(e) profiel/foto/beeld/contrast/tegenstelling"
  15. scherp
    van smaak en geur; pittig
    "een scherp(e) geur/smaak/klank/licht/wind/pijn"
    Synoniemen: pikant
  16. scherp
    verstand hebbend, zijn verstand goed gebruikend
    Synoniemen: weldenkend, zinrijk, zinnig, bijtend, doordringend, fel, guur, schel, schril, snerpend
  17. scherp
    kortaf en scherp
    Synoniemen: pinnig, snibbig, stekelig, vinnig, bijtend, doordringend, fel, guur, schel, schril, snerpend
  18. scherp
    gretig; met veel zin; begerig; begerig; tuk; hevig verlangend
    Synoniemen: begerig, belust, graag, gretig, happig, smachtend, bijtend, doordringend, fel, guur, schel, schril, snerpend
  19. scherp
    het gestelde doel bereikend
    "scherpe concurrentie"
    Synoniemen: doeltreffend, werkzaam, effectief
  20. scherp
    in een punt eindigend; puntig; puntig; spits
    "een scherp(e) punt/hoek/naald/pijl/potlood/rots"
    Synoniemen: gepunt, spitsig, spits, puntig
  21. scherp
    bits; kort, scherp en onvriendelijk; die/dat bijt
    "(een) scherp(e) kritiek/protest/aanval/toon"
    Synoniemen: bits, bijtend
  22. scherp
    ad rem
    Synoniemen: snedig, bijtend, doordringend, fel, guur, schel, schril, snerpend
  23. scherp
    snel van gedachten, van begrip of daarvan blijk geven
    Synoniemen: slim, bekeken, clever, gis, kien, pienter, snugger, bijtend, doordringend, fel, guur, schel, schril, snerpend
  24. scherp
    pienter
    Synoniemen: bijdehand, bijtend, doordringend, fel, guur, schel, schril, snerpend
  25. scherp
    goed snijdend
    "Vlees snijden gaat enkel met een scherp mes."
  26. scherp
    (van een hoek) van minder dan 90°.
    "Er werd een vraag gesteld over een scherpe hoek tijdens de wiskundeles."
  27. scherp
    beter dan gemiddeld
    "De uitverkoop zat weer vol met scherpe prijzen."
  28. scherp
    de zintuigen sterk, vaak negatief, prikkelend
    "Hij kon niet meer tegen die scherpe geluiden."
  29. scherp
    sterk smakend, hartig, pikant, pittig
    "Zij eet vaak scherpe knoflooksaus."
  30. scherp
    heel afkeurend
    "Er kwam scherpe kritiek op plannen van minister Eurlings."
  31. scherp
    duidelijk weergegeven
    "Ik heb een aantal foto's met scherpe contouren."
  32. scherp
    scherpzinnig.
    "Hij heeft nog altijd een scherpe blik."

Zelfstandig naamwoord

  1. scherp (het ~)
    rond of cilindervormig projectiel met spitse punt dat uit een vuurwapen wordt geschoten
    "met scherp schieten"
    Synoniemen: kogel, lood
  2. scherp (het ~)
    kant v.e. object waar je mee snijdt; scherpe kant v.e. voorwerp; scherpe zijkant of punt v.e. wapen
    "het scherp van [een mes]"
    Synoniemen: snijkant, snede
  3. scherp
    niet bot
    "een scherp(e) mes/schaar/beitel/zaag/zwaard/rand/boeg"

Verwijzingen

Werkwoord

  1. scherp is een vervoeging van scherpen

Voorbeeldzinnen

  1. Het mes is niet scherp.
  2. Ik heb een scherp mes.
  3. Het mes is niet scherp.
  4. Dit mes is niet scherp genoeg.
  5. Pas op. Dat mes is scherp.
  6. „haken”: een gebogen, scherp stuk staaldraad, gewoonlijk met een weerhaak.
  7. De invoer uit Marokko steeg scherp van 231 ton in 2001 tot 2411 ton in 2003.
  8. Met name de mondiale vraag naar bulkgoederen is sinds 2002 scherp gestegen.
  9. De in de Unie geproduceerde hoeveelheden bleven van 2006 tot 2008 relatief stabiel, maar zijn in het OT scherp gedaald:
  10. De tekst moet bijvoorbeeld scherp zijn afgedrukt en het gebruikte lettertype mag niet te klein of moeilijk leesbaar zijn.