Betekenis van:
scheppen

scheppen
Werkwoord
  • opvangen
"een emmertje water scheppen"
"zand uit een zandbak scheppen"

Hyperoniemen

scheppen
Werkwoord
  • in het leven roepen
"een band scheppen"
"banen scheppen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

scheppen
Werkwoord
  • het doen ontstaan uit niets
"In het begin schiep God de hemel en de aarde."
scheppen
Werkwoord
  • een schop geven
"de bal naar iem. scheppen"

Synoniemen

Hyperoniemen

scheppen
Werkwoord
  • op zijn weg tegenhouden, onderweg opvangen
"de bal met de hand scheppen"

Synoniemen

Hyperoniemen

scheppen
Werkwoord
  • omverrijden

Hyperoniemen

Hyponiemen

scheppen
Werkwoord
  • uit een vloeistof of korrelige stof naar boven brengen of verplaatsen

Synoniemen

Hyperoniemen

schep (de ~ | meervoud scheppen)
Zelfstandig naamwoord
  • gereedschap om mee te graven; gereedschap om mee te graven

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Ik heb niks om over op te scheppen.
  2. Het blijkt dat dit een zeer gunstige factor is voor ons project, dat juist als doel heeft in samenwerking een netwerk te scheppen van vertalingen in zoveel mogelijk talen.
  3. scheppen van nieuwe industriële activiteiten;
  4. Project 1 - Scheppen van opvangstructuur voor 1000 personen
  5. Aanpak van de werkloosheid en scheppen van werkgelegenheid.
  6. De investering zal naar verwachting 39 aanvullende banen scheppen.
  7. Het scheppen van meer en betere banen is het urgentste probleem dat moet worden aangepakt.
  8. Het project zal bijdragen tot het indirect scheppen van arbeidsplaatsen op de volgende economische gebieden:
  9. scheppen van mogelijkheden voor dialoog en gedachtewisselingen over jongerenbeleid en jongerenwerk.
  10. een subsidie voor het scheppen van werkgelegenheid van 54,08 miljoen PLN in nominale waarde;
  11. De werkgelegenheidsrichtsnoeren [60] voorzien in steun voor het scheppen van nieuwe arbeidsplaatsen.
  12. gelijke kansen voor alle deelnemers aan de interne luchtvaartmarkt te scheppen.
  13. De concurrent spreekt zijn twijfel uit over het scheppen van indirecte werkgelegenheid.
  14. Zij had de opdracht van algemeen nut om woonruimte te scheppen en in stand te houden.
  15. Macro-economisch beleid om de voorwaarden te scheppen voor meer groei en werkgelegenheid