Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. schavuit (de ~ | meervoud schavuiten)
    ondeugend persoon; deugniet; deugniet; ondeugd; ondeugend kind; ondeugend iemand; ondeugend iemand; deugniet; sympathiek maar guitig iemand; ondeugend iemand; stout iemand; ondeugende jongen; lastig kind; gecastreerde haan; slechte zede; gemene kerel; ondeugende jongen; deugniet
    "onze schavuit is waarschijnlijk weer aan het belletje trekken"
    Synoniemen: deugniet, aap, apekop, apenkop, bengel, boef, doerak, dondersteen, donderstraal, lorejas, nietdeug, rakker, rekel, schobbejak, stouterd, stouterik, vlegel, blaag, kapoen, ondeugd
  2. schavuit
    een persoon die kwaad bedrijft