Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. schare (de ~ | meervoud scharen)
    grote drom mensen
    "een schare engelen"
    Synoniemen: menigte, drom, heer, heir, horde, leger, legerschaar, legioen, massa, mensenmassa, mensenmenigte, mensenzee, myriade, stoet, volk, sleep, schaar, meute
  2. schare
    een weg die toegang verschaft tot een woning of ander gebouw.
    Synoniemen: boel, drom, hoop, massa, menigte, stapel, tas, troep
  3. schare
    een mensenmenigte
    "Er stond een schare supporters voor de deur."