Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. routineus
    vaardig; handig; geroutineerd; bedreven; ver gekomen; zeer bedreven en ervaren; goed
    "met een routineus gebaar"
    Synoniemen: bedreven, behendig, geverseerd, habiel, vaardig, vergevorderd, doorkneed, knap
  2. routineus
    zonder inspanning of toewijding, vanuit routine

Voorbeeldzinnen

  1. Wanneer een bepaalde procedure als routineus of repetitief wordt beschouwd, is het dienstig dat de regelgeving de lidstaten de mogelijkheid biedt om voor de beoordeling van soortgelijke procedures een vereenvoudigde administratieve procedure in te voeren, mits aan bepaalde voorschriften van deze richtlijn is voldaan.