Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. rits
    scherm van rijshout
  2. rits
    wat door insnijden is gemaakt
    Synoniemen: insnijding, incisie, insectie, snede, snee
  3. rits
    bepaald sluitmiddel; sluiting die open of dicht geritst kan worden
    Synoniemen: ritssluiting
  4. rits
    opeenvolging van zaken of gebeurtenissen; rits; opvolgende reeks
    Synoniemen: serie, ris, rist, trits
  5. rits
    reeks, serie
    "Hij kwam met een hele rits voorstellen."
  6. rits
    ritssluiting
    "M'n rits is stuk."

Verwijzingen

Werkwoord

  1. rits is een vervoeging van ritsen