Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. rekel (de ~ | meervoud rekels)
    mannetjeshond; mannetjeshond, -vos, -wolf, -das
    Synoniemen: reu
  2. rekel (de ~ | meervoud rekels)
    ondeugend persoon; deugniet; deugniet; ondeugd; ondeugend kind; ondeugend iemand; ondeugend iemand; deugniet; sympathiek maar guitig iemand; ondeugend iemand; stout iemand; ondeugende jongen; lastig kind; gecastreerde haan; slechte zede; gemene kerel; ondeugende jongen; deugniet
    Synoniemen: deugniet, aap, apekop, apenkop, bengel, boef, doerak, dondersteen, donderstraal, lorejas, nietdeug, rakker, schavuit, schobbejak, stouterd, stouterik, vlegel, blaag, kapoen, ondeugd