Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. ratio
    evenredige verhouding
  2. ratio (de ~)
    beweegreden
    "de ratio van [een bepaling/het beleid]"
    Synoniemen: motief, beweeggrond, beweegreden, considerans, drijfveer, grond, overweging, afweging, motivatie, consideratie
  3. ratio (de ~)
    hersens als denkvermogen; verstandelijk vermogen; ratio
    "contra rationem"
    Synoniemen: hoofd, rede
  4. ratio
    een verband in de vorm van een breuk tussen getalsmatige grootheden
    "De ratio Franstaligen over Nederlandstaligen in Belgiƫ is 4/6."
  5. ratio
    een redenering, een onderliggende gedachte
    "Wat is de ratio achter dit plan?"

Voorbeeldzinnen

  1. Ratio express/koeriersdienst Sernam
  2. Core Tier 1-ratio
  3. Deze ratio was 2,1 %.
  4. Laag natriumgehalte en verhoogde K/Na-ratio
  5. Ratio express/koeriersdienst (gecorrigeerd voor markteffecten)
  6. Vtesse beweert dat deze ratio voor 2004 13,46 % bedroeg.
  7. Voor roropassagiersschepen, gegevens over de A/A-max. ratio.
  8. α, ε als molaire ratio verwijzen naar een brandstof CHαOε
  9. Core tier-1-ratio (na vaststelling van het resultaat)
  10. Deze lage ratio weerspiegelt een voorzichtige prognose van de winstgroei.