Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. raszuiver
    op-en-top
    Synoniemen: pur sang, volbloed, rasecht

Voorbeeldzinnen

  1. die rasecht en voldoende raszuiver zijn;
  2. Het zaaizaad moet voldoende raszuiver zijn.
  3. Het zaad moet voldoende rasecht en raszuiver zijn.
  4. Het zaad moet voldoende rasecht en raszuiver zijn.
  5. Het gewas moet voldoende rasecht en raszuiver zijn wat de kenmerken van de kruisingspartners betreft.
  6. Het gewas is rasecht en raszuiver en, zo nodig, ook wat de kloon betreft.
  7. Raszuiver bedrijf, vermeerderingsbedrijf, bedrijf met zuigende biggen, gesloten bedrijf, bedrijf met zuigende biggen en gespeende biggen
  8. Het gewas moet voldoende rasecht en raszuiver zijn wat de eigenschappen van de kruisingspartners betreft, inclusief de mannelijke steriliteit.
  9. Met het oog op de correcte toepassing van bovenbedoelde communautaire regeling, moet het begrip raszuiver fokrund worden gepreciseerd.
  10. voor koeien en vaarzen: een afstammingsbewijs of een bewijs van inschrijving in het rundveestamboek, waaruit blijkt dat de dieren raszuiver zijn.