Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. ras (het ~ | meervoud rassen)
    dier met zuivere teeltkenmerken
    "het ras van de muizen"
  2. ras (het ~ | meervoud rassen)
    groep individuen die zich door dezelfde erfelijke eigenschappen onderscheiden van andere groepen van dezelfde biologische soort
    "het menselijke ras"
    Synoniemen: mensenras, kleur
  3. ras
    groep waarin mensen, dieren of planten op basis van bepaalde eigenschappen worden verdeeld: ''het gele ras, het zwarte ras, het blanke ras''

Bijvoeglijk naamwoord

  1. ras
    snel; rap; vlug; vlug; vlug; snel
    "met rasse schreden"
    Synoniemen: fluks, gezwind, rad, rap, snel, vlug

Voorbeeldzinnen

  1. Ras:
  2. ras,
  3. Ras
  4. Ras
  5. Ras
  6. ras.
  7. Ras
  8. Ras 1
  9. Ras 4
  10. het ras;