Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. rakker (de ~ | meervoud rakkers)
    ondeugend persoon; deugniet; deugniet; ondeugd; ondeugend kind; ondeugend iemand; ondeugend iemand; deugniet; sympathiek maar guitig iemand; ondeugend iemand; stout iemand; ondeugende jongen; lastig kind; gecastreerde haan; slechte zede; gemene kerel; ondeugende jongen; deugniet
    "een rooie rakker"
    Synoniemen: deugniet, aap, apekop, apenkop, bengel, boef, doerak, dondersteen, donderstraal, lorejas, nietdeug, rekel, schavuit, schobbejak, stouterd, stouterik, vlegel, blaag, kapoen, ondeugd
  2. rakker
    ondeugend persoon, iemand die zich vrijpostigheden permiteert
    "Die rakker had weer kattenkwaad uitgehaald."
  3. rakker
    tweede betekenisomschrijving.
    "Zin met het paginawoord in de tweede betekenis erin."