Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. punctueel
    op tijd; vroeg
    Synoniemen: tijdig, vroegtijdig, accuraat, nauwgezet, nauwkeurig, prompt, stipt, zorgvuldig
  2. punctueel
    zorgvuldig; nauwkeurig; stipt, nauwgezet; nauwkeurig; nauwgezet; punctueel; nauwgezet; nauwgezet; stipt; zorgvuldig
    "je afspraken punctueel nakomen"
    Synoniemen: consciƫntieus, nauwgezet, scrupuleus, secuur, stipt, accuraat, nauwkeurig, prompt, precies

Voorbeeldzinnen

  1. De treindienstleiding moet zorgen voor veilig, efficiƫnt en punctueel treinverkeer, met inbegrip van het opheffen van ontregelingen.