Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. puk (de ~ | meervoud pukken)
    klein kind
    "wat een pukkie!"
    Synoniemen: dreumes, dreutel, hummel, kabouter, keutel, kruimel, krummel, ukkepuk, wurm

Voorbeeldzinnen

  1. De deelnemer aanvaardt volledige verantwoordelijkheid en staat er voor in dat al zijn certificaathouders de aan hen toegewezen certificaten gescheiden houden van de geheime PIN- en PUK-codes.