Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. prutser (de ~ | meervoud prutsers)
    onhandig iemand; onhandig, slordig persoon
    Synoniemen: broddelaar, futselaar, modderaar, knoeier
  2. prutser (de ~ | meervoud prutsers)
    knoeier
    Synoniemen: kluns, dreutel, duts, frutselaar, hannes, jandoedel, klungel, knurft, lomperd, lummel, stoethaspel, stuntel, stuntelaar, sukkel, amateur, hobbezak, knuppel
  3. prutser
    iemand die slecht werk levert
    "Dit document is echt door een prutser gemaakt."