Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. principieel
    de grondslag rakend
    "het ergens principieel mee oneens zijn"
    Synoniemen: fundamenteel, basaal, essentieel, kardinaal, primordiaal, principaal, structureel, substantieel, vitaal, wezenlijk, elementair
  2. principieel
    principieel
    Synoniemen: beginselvast

Voorbeeldzinnen

  1. Principieel kunnen ondernemingen geen gewettigd vertrouwen in onwettige steun hebben.
  2. De argumenten van Oostenrijk worden door GRAWE principieel ondersteund.
  3. de garantie moet principieel tegen marktconforme voorwaarden worden verleend;
  4. Zij staat daarom in dit verband niet principieel afwijzend tegenover overheidsingrijpen.
  5. De Commissie kan dit argument noch principieel, noch in het concrete geval accepteren.
  6. Duitsland heeft niet principieel uitgesloten dat de maatregel inzake voorwaartse verliesverrekening selectief is en aldus doelondernemingen en durfkapitaalondernemingen begunstigt.
  7. De Commissie sluit zich derhalve op dit punt zowel principieel als feitelijk aan bij de bezwaren van BdB.
  8. De Commissie roept in herinnering dat de belastingmaatregelen conform punt 50 van de kaderregeling milieu uit principieel oogpunt een significante bijdrage moeten leveren tot milieubescherming.
  9. Het is niet langer mogelijk om de bouw en exploitatie van luchthavens te beschouwen als een overheidstaak die principieel niet onder het staatssteuntoezicht valt.
  10. Het Eurosysteem streeft er principieel naar open-markttransacties in alle lidstaten met alle tegenpartijen die voldoende beleenbare activa hebben geleverd gelijktijdig te verrekenen.