Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. precies
    zorgvuldig; nauwkeurig; stipt, nauwgezet; nauwkeurig; nauwgezet; punctueel; nauwgezet; nauwgezet; stipt; zorgvuldig
    "een Pietje precies"
    Synoniemen: consciƫntieus, nauwgezet, punctueel, scrupuleus, secuur, stipt, accuraat, nauwkeurig, prompt
  2. precies
    nauwkeurig; juist
    "precies op tijd"
    Synoniemen: exact
  3. precies
    heel nauwkeurig, heel juist
  4. precies
    feitelijk

Voorbeeldzinnen

  1. Mijn horloge is heel precies.
  2. Geef me een precies antwoord.
  3. Mijn horloge is heel precies.
  4. Wat is daar precies gebeurd?
  5. Je komt precies op tijd.
  6. precies hetzelfde
  7. De tweeling ziet er precies hetzelfde uit.
  8. De tweelingbroers zien er precies hetzelfde uit.
  9. Dit is precies wat ik wou.
  10. Hij is precies degene die je zoekt.