Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. potig
    krachtig, stevig
    "een potige kerel"
    Synoniemen: fors, breedgebouwd, fiks, flinkgebouwd, forsgebouwd, grofgebouwd, robuust, zwaargebouwd, stevig, vierkant, flink, groot
  2. potig
    stevig uit de kluiten gewassen, weerbaar, ruig
    "Met die potige kerel kun je beter maar uitkijken."