Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. politieambtenaar (de ~ | meervoud politieambtenaren)
    ambtenaar van de politie
    Synoniemen: politieagent, agent, bout, diender, flic, gerechtsdienaar, glimmerik, juut, klabak, politie, politiebeambte, rakker, sjouter, smeris, tuut, wout, flik, pandoer

Voorbeeldzinnen

  1. Verrichte de politieambtenaar op het tijdstip van zijn/haar overlijden of vermissing dienst buiten het Poolse grondgebied?
  2. Voor het onderzoek van de aanvraag van een pensioen voor nagelaten betrekkingen van een politieambtenaar, gelieve te vermelden
  3. Is er in verband met het overlijden van de politieambtenaar strafrechtelijke vervolging ingesteld in verband met zijn/haar dienst?
  4. Is er in verband met het overlijden van de politieambtenaar een aanvraag ingediend voor de toekenning en betaling van een vergoeding in geval van ongevallen of ziekten in verband met de dienst?
  5. Ten behoeve van Poolse organen bij behandeling van een aanvraag om een overlevingspensioen voor nagelaten betrekkingen van een vermiste politieambtenaar of militair een document bijvoegen dat de vermissing bevestigt.