Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. plotseling
    niet verwacht of voorzien
    "een plotselinge lichtflits"
    Synoniemen: onverwacht, abrupt, onverhoeds, onverhoopt, onvermoed, onvoorzien, onwaarschijnlijk, plots, subiet, verrassend
  2. plotseling
    snel en onverwacht
    "De plotselinge voetganger werd bijna door de auto geraakt."

Bijwoord

  1. plotseling
    snel en onverwacht
    "Plotseling werden we aangevallen door een groep jongeren."

Voorbeeldzinnen

  1. De temperatuur daalde plotseling.
  2. Haar gezicht werd plotseling rood.
  3. Hij stopte plotseling met praten.
  4. Plotseling gebeurde er iets onverwachts.
  5. Plotseling ging het brandalarm af.
  6. Plotseling verschenen er drie honden voor ons.
  7. Ze gaf me plotseling een kus.
  8. Ze gaf me plotseling een kus.
  9. Plotseling voelde ze zich zeer klein, waardeloos en ellendig.
  10. Plotseling was ik genoodzaakt een gedrag aan te nemen dat mijn leven voorgoed zou veranderen.