Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. plots
    niet verwacht of voorzien
    "het plotse overlijden"
    Synoniemen: onverwacht, abrupt, onverhoeds, onverhoopt, onvermoed, onvoorzien, onwaarschijnlijk, plotseling, subiet, verrassend

Bijwoord

  1. plots
    bij verrassing, opeens
    "Er stond plots een olifant op de weg."

Voorbeeldzinnen

  1. Ze werd plots stil.
  2. Plots gingen de lichten uit.
  3. Het weer werd plots warmer.
  4. Meneer Jordan werd plots wakker.
  5. Hij deed plots de deur dicht.
  6. Plots verliet de kapitein het schip.
  7. Hij voelde plots de drang om een roman te schrijven.
  8. Portier kan plots opengaan of blijft niet gesloten.
  9. Elastisch element of veer onder spanning wordt plots losgelaten; persoon in het bereik van de beweging wordt door het product geraakt
  10. In het onderzoektijdvak, toen de markt in één jaar tijd plots met 20 % inkromp, is het marktaandeel van de bedrijfstak van de Gemeenschap zelfs tot 38 % geklommen.