Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. plantrekker
    iemand die niet opschiet; iemand die treuzelt; iemand die expres treuzelt; zeurende treuzelaar
    Synoniemen: treuzelaar, dreutel, lijntrekker, teut, treuzel
  2. plantrekker
    (''Belgisch'') iemand die zich op een of andere wijze steeds uit de slag weet te trekken.