Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. pittig
    vervuld van een krachtig en volhardend streven om een doel te bereiken
    "een pittige tante"
    Synoniemen: energiek, geestkrachtig, veerkrachtig, bijtend, doordringend, fel, guur, schel, scherp, schril, snerpend
  2. pittig
    vol kracht, pit
    "een pittige maaltijd"
    Synoniemen: gekruid, hartig, kruidig
  3. pittig
    moeilijk te hanteren, te bewerken
    "een pittig examen"
    Synoniemen: problematisch
  4. pittig
    waar pit in zit, stevig, niet te onderschatten
    "Dit tentamen was pittig, maar wel te maken."
  5. pittig
    stevig van smaak
    "Belegen kaas is pittiger dan jonge."

Voorbeeldzinnen

  1. Deze soep is te pittig.