Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. parool (het ~ | meervoud parolen)
    kernachtige zin als uitdrukking van hetgeen men nastreeft of bestrijdt
    "[opletten/aanvallen] is/luidt het parool"
    Synoniemen: leuze
  2. parool (het ~ | meervoud parolen)
    woord van eer; belofte; erewoord
    "op parool"
    Synoniemen: erewoord, woord
  3. parool (het ~ | meervoud parolen)
    afgesproken woord dat men moet produceren om ergens binnengelaten te worden
    "het parool geven"
    Synoniemen: wachtwoord, consigne, schibbolet, sjibbolet, sleutel

Voorbeeldzinnen

  1. Volgens openbare informatie, zoals bijvoorbeeld artikelen in de dagbladen Het Parool (7.7.2006) en Trouw (13.10.2006).