Betekenis van:
overtuigd

overtuigd
Bijvoeglijk naamwoord
  • met te veel zeil voor de weersomstandigheden
"Te veel helling en roerdruk zijn het gevolg van een overtuigd schip en een verkeerde stand van de zeilen.blz 11 Handboek Zeiltrimmen: praktische tips voor optimaal zeilplezier voor open boten en kajuitjachten
"
overtuigd
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet twijfelend
"overtuigd van iets zijn"
"een overtuigd katholiek/communist"

Synoniemen

Hyperoniemen

overtuigd
Bijvoeglijk naamwoord
  • zeker in zijn denkwijze
"Hij is daar een overtuigde aanhanger van."
overtuigd
Bijvoeglijk naamwoord
  • geassureerd

Synoniemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Ik ben helemaal niet overtuigd.
  2. Hoe heb je ze overtuigd?
  3. Eerst waren ze allemaal overtuigd van zijn onschuld.
  4. Ik ben ervan overtuigd dat hij onschuldig is.
  5. De markt was ervan overtuigd dat het voorschot voorhanden was.
  6. De gezagvoerder moet ervan overtuigd zijn dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
  7. Daarnaast is SIDE ervan overtuigd dat de activiteit van een exportagent geen enkele steun behoeft.
  8. Farm Dairy was er namelijk van overtuigd dat het dossier reeds lang geleden was afgesloten.
  9. De gezagvoerder mag alleen aan een vlucht beginnen als hij/zij zich ervan heeft overtuigd dat:
  10. Daarom is het Verenigd Koninkrijk ervan overtuigd dat de ECF's particulier kapitaal niet van deze markt niet zullen verdringen.
  11. De Commissie is er dan ook niet van overtuigd dat een dergelijke belofte werkelijk zou worden nagekomen.
  12. De Commissie was er dan ook niet van overtuigd dat deze marktstrategie in de praktijk haalbaar zou zijn.
  13. De Commissie is er derhalve niet van overtuigd dat de investering zonder kmo-toeslag niet zou zijn gedaan.
  14. Overtuigd van het nut om het publiek een zo ruim mogelijke toegang te bieden tot EVA-documenten,
  15. De Commissie is er dan ook niet van overtuigd dat steun een passend, noodzakelijk en evenredig instrument is om marktfalen op te vangen en DVB-T te stimuleren.