Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. opvallend
    treffend; treffend; opvallend
    "een opvallend detail"
    Synoniemen: frappant, opmerkelijk, opmerkenswaard, opmerkenswaardig, prominent, remarquabel
  2. opvallend
    opvallend; treffend
    "een opvallend detail"
    Synoniemen: sprekend

Voorbeeldzinnen

  1. De arbeidsparticipatie van vreemdelingen is opvallend laag.
  2. De vetstrepen van de stomp zijn opvallend.
  3. De leeftijdsgroep tot 35 jaar, en vooral de schoolgaande jeugd, eet opvallend weinig groenten en fruit.
  4. Daarom moet de categorie tenminste even opvallend op het etiket worden vermeld als de zonbeschermingsfactor.
  5. Deze toename was vooral opvallend tussen 2004 en het onderzoektijdvak: 76 %.
  6. De leeftijdsgroep tot 35 jaar, en vooral de schoolgaande jeugd, eet opvallend weinig groenten en fruit.
  7. Het parallellisme met de herstructurering van BE is in dat verband opvallend.
  8. De arbeidsparticipatie van buitenlanders is opvallend laag, met name onder vrouwen.
  9. Deze informatie wordt op papier of op een andere duurzame drager verstrekt en alle informatie wordt even opvallend weergegeven.
  10. De waarschuwing moet duidelijk zichtbaar en leesbaar zijn en opvallend op de verpakking zijn aangebracht of zodanig aan het magnetische speelgoed zijn bevestigd dat zij voor de consument op het verkooppunt zichtbaar is.