Betekenis

Werkwoord

  1. opsparen
    bij je houden tot bepaald moment
    "je vrije dagen opsparen tot de zomer"
    Synoniemen: accumuleren, ophopen, opeenhopen
  2. opsparen
    vergaren
    "veel geld opsparen"
    Synoniemen: accumuleren, ophopen, opeenhopen

Voorbeeldzinnen

  1. Aangezien de lidstaten geen CER’s en ERU’s waarover exploitanten beschikken, tussen verbintenisperioden uit hoofde van internationale overeenkomsten („opsparen” van CER’s en ERU’s) kunnen overdragen vóór 2015, en alleen als de lidstaten ervoor kiezen het opsparen van deze CER’s en ERU’s toe te staan binnen de context van beperkte rechten om dergelijke kredieten op te sparen, dient deze zekerheid te worden gegeven door de lidstaten ertoe te verplichten exploitanten toe te staan deze CER’s en ERU’s die zijn verleend voor emissiebeperkingen vóór 2012, in te wisselen voor emissierechten die met ingang van 2013 geldig zijn.