Betekenis

Werkwoord

  1. opsodemieteren
    heengaan, zich van een bepaalde plaats verwijderen
    "en nu allemaal opsodemieteren!"
    Synoniemen: afnokken, aftaaien, moven, nokken, opdonderen, opduvelen, opflikkeren, ophoepelen, opkramen, opkrassen, oplazeren, opmieteren, oprotten, oprukken, vertrekken, wegwezen, gaan, heengaan, weggaan, opstappen