Betekenis

Werkwoord

  1. opkrassen
    heengaan, zich van een bepaalde plaats verwijderen
    "beter kunnen opkrassen"
    Synoniemen: afnokken, aftaaien, moven, nokken, opdonderen, opduvelen, opflikkeren, ophoepelen, opkramen, oplazeren, opmieteren, oprotten, oprukken, opsodemieteren, vertrekken, wegwezen, gaan, heengaan, weggaan, opstappen