Betekenis

Werkwoord

  1. opflikkeren
    opvlammen; opflakkeren
    "boven de ingang opflikkeren"
    Synoniemen: opflakkeren
  2. opflikkeren
    heengaan, zich van een bepaalde plaats verwijderen
    "flikker op, viespeuk!"
    Synoniemen: afnokken, aftaaien, moven, nokken, opdonderen, opduvelen, ophoepelen, opkramen, opkrassen, oplazeren, opmieteren, oprotten, oprukken, opsodemieteren, vertrekken, wegwezen, gaan, heengaan, weggaan, opstappen
  3. opflikkeren
    het toneel verlaten, weggaan
    "Ik ben blij dat hij eindelijk opgeflikkerd is."
  4. opflikkeren
    sterker gaan branden
    "... wel, zie het lichte sneven
    van al dat kwijnende levende stervende opflikkerend licht..."