Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. onzin (de ~)
    dwaze daad of zaak; iets onzinnigs; onmogelijke opdracht; het gek of fanatiek zijn; dwaasheid; onzin, iets geks; onverstandige daad; iets doms
    "het is onzin dat [je nu in die regen gaat fietsen]"
    Synoniemen: gekheid, absurditeit, gekkenwerk, gekte, idiotie, idiotisme, ineptie, ongerijmdheid, potsierlijkheid, waanzin, zotheid, zotternij, zottigheid, dwaasheid
  2. onzin (de ~)
    onzinnige praat
    "klinkklare/volstrekte onzin"
    Synoniemen: apekool, beuzelarij, bullshit, flauwekul, ge-o-ha, gebeuzel, gekakel, gekkenpraat, gekwek, gelul, geneuzel, geouwehoer, geraaskal, gewauwel, gezwam, gezwets, klets, kletskoek, kletspraat, kolder
  3. onzin
    dat wat niet waar of redelijk is
    "Wat een onzin is dat, zeg!."

Voorbeeldzinnen

  1. Onzin.
  2. Zeg geen onzin!
  3. Zeg geen onzin!
  4. Wat hij zegt is complete onzin.
  5. Datgene dat je hebt gezegd is complete onzin.
  6. Dit is onzin!
  7. Hij raakte zo opgewonden dat hij onzin uitkraamde.