Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. onvoorzien
    niet verwacht of voorzien
    "onvoorziene uitgaven"
    Synoniemen: onverwacht, abrupt, onverhoeds, onverhoopt, onvermoed, onwaarschijnlijk, plots, plotseling, subiet, verrassend
  2. onvoorzien
    bij verrassing optredend
    "Als er geen onvoorziene omstandigheden zijn zal dit soepel verlopen."

Voorbeeldzinnen

  1. Hij moest daarom onvoorzien antidumpingrechten betalen.
  2. die aanwezigheid onvoorzien of technisch niet te voorkomen is, en
  3. Deze, later onjuist gebleken productieprognose en de ontwikkeling van het wereldverbruik, waren onvoorzien.
  4. In het licht van het bovenstaande is het duidelijk dat de aanpassingen noch uitzonderlijk, noch onvoorzien waren.
  5. risico waaraan in het ICT-beveiligingsbeleid aandacht wordt besteed: vernietiging of beschadiging van gegevens door aanval of onvoorzien incident;
  6. De standaard en het bed moeten voldoende stabiel zijn om te voorkomen dat de hangwieg onvoorzien kantelt, waardoor het kind kan vallen.
  7. Krachtens de scheepsbouwverordening moeten de omstandigheden op grond waarvan de verlenging van de opleveringstermijn gerechtvaardigd is, (a) uitzonderlijk, (b) onvoorzien, en (c) extern zijn.
  8. Bij al deze geavanceerde stuurinrichtingen kan de bestuurder op gelijk welk moment de ondersteunende functie bewust uitschakelen om bijvoorbeeld een onvoorzien object op de weg te vermijden.
  9. Een dergelijke toelating mag alleen worden verleend voor een beperkt en gecontroleerd gebruik, indien die maatregel noodzakelijk blijkt wegens een onvoorzien, niet op andere wijze te bestrijden gevaar.
  10. gebruik van geschikte bestaande meetmethoden voor carcinogene of mutagene agentia, in het bijzonder voor de vroegtijdige opsporing van abnormale blootstellingen ten gevolge van een onvoorzien voorval of een ongeval;