Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. onverhoeds
    niet verwacht of voorzien
    "een onverhoedse aanval"
    Synoniemen: onverwacht, abrupt, onverhoopt, onvermoed, onvoorzien, onwaarschijnlijk, plots, plotseling, subiet, verrassend

Voorbeeldzinnen

  1. Een crisis in de voorziening kan onverhoeds ontstaan en het is derhalve onontbeerlijk te voorzien in de nodige middelen om aan een eventuele schaarste het hoofd te bieden.
  2. Er dient op gewezen te worden dat sommige deelnemende landen vanwege hun geografische ligging, hun politieke situatie of hun nationale energieplannen — mogelijk zelfs onverhoeds — geconfronteerd kunnen worden met de gevaren van de verspreiding van massavernietigingswapens (MVW).
  3. Op basis van de verstrekte informatie kan de Commissie echter niet concluderen dat de onderhavige gebeurtenis een buitengewone gebeurtenis is die de economische activiteit van het betrokken land bij wijze van uitzondering onverhoeds en in aanzienlijke mate heeft verstoord.
  4. Wanneer er bij het onverhoeds blokkeren van de elementen voor de energieoverbrenging tussen een mobiel arbeidsmiddel en zijn hulpstukken of aanhangers specifieke risico’s kunnen ontstaan, moet dit arbeidsmiddel zodanig uitgerust of uitgevoerd zijn dat wordt verhinderd dat de elementen voor energieoverbrenging blokkeren.