Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. ontzet
    bevrijding van een belegering; bevrijding van een belegering
    Synoniemen: ontzetting
  2. ontzet
    het doorbreken van een belegering
    "We werden gevraagd om het Leids ontzet te vieren."

Bijvoeglijk naamwoord

  1. ontzet
    los en scheef
    "de schutting is ontzet"
  2. ontzet
    in hoge mate verbaasd
    "de ontzette toeschouwers"
    Synoniemen: onthutst, besodemieterd, ontdaan, ontredderd, ontsteld, verbijsterd
  3. ontzet
    heel erg van streek zijn na te zijn geschrokken
    "De ontzette dochter kwam bij haar moeder uithuilen."
  4. ontzet
    uit het verband gerukt zijn

Verwijzingen

Werkwoord

  1. ontzet is een vervoeging van ontzetten

Voorbeeldzinnen

  1. geen ontzet deel van het voertuig in de in punt 5 gespecificeerde restruimte uitsteekt, en
  2. De opschorting van het stemrecht ontslaat deze lidstaat niet van zijn uit dit Verdrag voortvloeiende verplichtingen en ontzet hem niet uit andere uit dit Verdrag voortvloeiende rechten.
  3. De directeur kan alleen uit zijn ambt worden ontzet nadat de raad van bestuur na gunstig advies van de raad van regulators daartoe heeft besloten.
  4. Tijdens de test mogen delen van het voertuig die niet bedoeld zijn om bij normaal gebruik met elkaar in contact te komen, elkaar niet raken en mag ook geen enkel deel worden beschadigd of ontzet.
  5. Ook wordt een lid van de raad van beroep niet uit zijn ambt ontzet, tenzij het op ernstige wijze tekort is geschoten en de raad van bestuur na raadpleging van de raad van regulators daartoe besluit.