Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. onbeperkt
    door niets beperkt, gebonden of belemmerd
    "onbeperkt in communicatie"
    Synoniemen: onbelemmerd, vrij, onverlet, ongebonden
  2. onbeperkt
    niet door iets onderbroken
    "onbeperkt gebruik"
    Synoniemen: ongestoord, ongehinderd, rimpelloos

Voorbeeldzinnen

  1. Onbeperkt
  2. onbeperkt
  3. Onbeperkt
  4. Onbeperkt”
  5. Onbeperkt
  6. Onbeperkt
  7. Looptijd: onbeperkt.
  8. GEBRUIK ONBEPERKT — 99209
  9. GEBRUIK ONBEPERKT — 99209.
  10. GEBRUIK ONBEPERKT — 99209.”.