Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. onbenul (de ~ | meervoud onbenullen)
    domoor
    "wat een stuk onbenul!"
    Synoniemen: sufferd, appelflap, augurk, dodo, dombo, domoor, drol, droplul, druiloor, eendvogel, ei, eikel, ezel, ezelskop, ezelsveulen, flapdrol, hals, ignorant, jojo, kalf