Betekenis van:
onafhankelijk

onafhankelijk
Bijvoeglijk naamwoord
  • zelfstandig
"dit effect is onafhankelijk van de afstand"
"onafhankelijk van [iets/iemand]"
onafhankelijk
Bijvoeglijk naamwoord
  • geen verbinding hebbend met
"De linker en rechter vering is onafhankelijk van elkaar te verstellen."
onafhankelijk
Bijvoeglijk naamwoord
  • los van de rest, op zichzelf staand
"onafhankelijk van de rest van het gebouw"

Synoniemen

onafhankelijk
Bijvoeglijk naamwoord
  • op zichzelf staand
"de onafhankelijke rechter"
"zich onafhankelijk verklaren"

Synoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Mexico was toen nog niet onafhankelijk van Spanje.
  2. Onafhankelijk controlesysteem
  3. Zij handelen onafhankelijk.
  4. een onafhankelijk laboratorium zijn;
  5. Getrokken massa met onafhankelijk remsysteem: …
  6. Onafhankelijk onderzoek van het businessplan
  7. onafhankelijk zijn van marktbelangen, en
  8. volledig onafhankelijk op te treden,
  9. Onafhankelijk transactielogboek van de Gemeenschap
  10. De Wetenschappelijke Raad functioneert autonoom en onafhankelijk.
  11. Het uitvoeringsstadium is onafhankelijk van het planningsstadium.
  12. De EGE is onafhankelijk, pluralistisch en multidisciplinair.
  13. De leden van de adviescommissie handelen onafhankelijk.
  14. de uitkomst van een onafhankelijk internationaal onderzoek
  15. Deze deskundigen brengen onafhankelijk advies uit.