Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. netto
    (van prijzen, lonen enz.) na aftrek van onkosten, premies of belastingen
    "is dat netto of bruto?"
    Synoniemen: schoon, zuiver
  2. netto
    zonder verpakking
    "dat weegt netto twee kilo"

Bijwoord

  1. netto
    na aftrek van kosten en belastingen
    "Hij verdient netto zo'n vijftigduizend euro per jaar."

Voorbeeldzinnen

  1. Netto exploitatieresultaat
  2. Netto-omzet
  3. Schadeverzekeringspremies (netto)
  4. netto (6)
  5. Netto kasstroom
  6. Netto activa
  7. Valutaverschil (netto)
  8. Herwaardering (netto)
  9. Totaalgewicht (netto)
  10. Netto invoer