Betekenis

Werkwoord

  1. neersmakken
    hard neerkomen; doen vallen; hard vallen
    "bij het schaatsen hard neersmakken"
    Synoniemen: neersmijten, neerdonderen, neerplompen, neerkwakken, neerploffen
  2. neersmakken
    neersmijten
    "zijn tas in een hoek neersmakken"