Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. naar
    vervelend, akelig
    "een nare film"
    Synoniemen: affreus, onplezierig, onprettig, onaangenaam
  2. naar
    laag; gemeen; van karakter
    "een nare vent"
    Synoniemen: gemeen, slecht
  3. naar
    misselijk; een beetje ziek; misselijk; ziek
    "ergens naar van worden"
    Synoniemen: onpasselijk, akelig, misselijk
  4. naar
    onaangenaam, niet leuk
    "Dit was de naarste ervaring die ik in lange tijd gehad heb."

Bijwoord

  1. naar
    op onaangename wijze
    "Doe niet zo naar!"

Voorzetsel

  1. naar
    de richting waarin
    "Hij keek naar het beeldscherm."

Voorbeeldzinnen

  1. Tom knipoogde naar Mary.
  2. Kom naar hier!
  3. Kijk eens naar dit.
  4. Ik moet naar bed.
  5. Ga naar school.
  6. Sawako wil naar Frankrijk.
  7. Ze ging naar Ibaragi.
  8. Ik wil naar huis.
  9. Naar waar gaan we?
  10. Hij vertrok naar Parijs.