Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. moedeloos
    mismoedig; moedeloos; mistroostig; troosteloos
    "moedeloos worden van [al die mislukte pogingen om iets aan de situatie te veranderen]"
    Synoniemen: defaitistisch, mismoedig, mistroostig, ontmoedigd, verslagen
  2. moedeloos
    somber doordat men de hoop heeft verloren
    "Door de vele nederlagen werden onze ploeggenoten moedeloos."