Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. merkelijk
    behoorlijk; aanzienlijk; aanmerkelijk; behoorlijk; van belang; aanzienlijk; van groot belang; beduidend; ingrijpend; flink; aanzienlijk
    Synoniemen: aardig, beduidend, considerabel, fors, aanzienlijk, flink, groot, hoog, belangrijk, knap, gevoelig, behoorlijk, heel
  2. merkelijk
    klaarblijkelijk; evident
    Synoniemen: apparent, kennelijk, klaarblijkelijk

Voorbeeldzinnen

  1. Volgens de Belgische autoriteiten kan IFB geenszins worden geacht in staat te zijn de concurrentie op de logistiekmarkt merkelijk te beïnvloeden.
  2. anders dan op grond van de onder a) bedoelde criteria een of meer ondernemingen wettelijk of bestuursrechtelijk worden bevoordeeld, waardoor de mogelijkheden van andere ondernemingen om in hetzelfde geografische gebied en onder in wezen gelijkwaardige omstandigheden telecommunicatie-eindapparatuur in te voeren, af te zetten, aan te sluiten, op te starten of te onderhouden, merkelijk negatief worden beïnvloed.