Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. lummel (de ~ | meervoud lummels)
    knoeier
    Synoniemen: kluns, dreutel, duts, frutselaar, hannes, jandoedel, klungel, knurft, lomperd, prutser, stoethaspel, stuntel, stuntelaar, sukkel, amateur, hobbezak, knuppel

Verwijzingen

Werkwoord

  1. lummel is een vervoeging van lummelen