Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. los
    vrij in het uiten van zijn gemoed
    "een losse tong hebben"
    Synoniemen: vrijmoedig, frank, onbevangen, ongedwongen, vrij, natuurlijk, ongekunsteld
  2. los
    niet stevig vastzittend
    "uit de losse hand"
  3. los
    los van de rest, op zichzelf staand
    "de losse verkoop"
    Synoniemen: apart, afzonderlijk, alleenstaand, onafhankelijk, separaat, gescheiden
  4. los
    zonder vaste verbinding
    "De hond is los."

Zelfstandig naamwoord

  1. los (de ~)
    lynx
  2. los
    een kattensoort met een korte staart

Verwijzingen

Werkwoord

  1. los is een vervoeging van lossen

Voorbeeldzinnen

  1. Laat mijn arm los!
  2. Laat me los!
  3. De hel brak los.
  4. Laat het touw los.
  5. Laat me los!
  6. Laat mijn hand niet los.
  7. Hij liet het touw los.
  8. Ik liet het touw los.
  9. Laat het touw niet los.
  10. Tom liet de hand van Mary los.