Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. lijvig
    gezet; dik; dik; van mensen; corpulent; corpulent; zwaarlijvig
    "een lijvig rapport"
    Synoniemen: corpulent, vet, dik, zwaarlijvig, buikig, gezet
  2. lijvig
    omvangrijk, uitvoerig
    "een lijvig boekwerk"
    Synoniemen: kloek
  3. lijvig
    dik vloeibaar; op gelei gelijkend; van vloeistof; stroopachtig
    "lijvige olie"
    Synoniemen: dikvloeibaar, consistent, gebonden, geleiachtig, stroopachtig, viskeus, stroperig