Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. lamlendig
    zonder energie, fut om iets te ondernemen
    "zich lamlendig voelen"
    Synoniemen: lusteloos, apathisch, beroerd, energieloos, futloos, hangerig, lamzalig, landerig, lethargisch, pitloos, verveeld, zakkerig, zakkig, druilerig
  2. lamlendig
    lui, passief, futloos en zonder inspiratie
  3. lamlendig
    beroerd, bedrukkend
    "Het werd een lamlendige zondagnamiddag."